Er is al veel geschreven over het dagboek van Ella Vogelaar en schrijver Onno Bosma. Politiek gezien is het geen hoogdravend boek. Uit de ministerraad wordt niet geklapt, zo netjes is Ella nog wel. En ook de Koningin wordt gespaard.
De rest van de politiek en ambtelijk Den Haag heeft het echter gedaan bij Ella en Onno. Twee dingen zijn daarbij opmerkelijk. Soms schoffeert ze ambtenaren door hen met naam en toenaam te noemen. Maar nog opmerkelijker is dat de namen van haar woordvoerders niet in het boek terugkomen. Behalve dan die van Dig Istha, maar over hem wordt ook alleen maar negatief geschreven.
Dit kan twee dingen betekenen. Of ze heeft haar woordvoerders lief en vindt ze kanjers, en houdt ze daarom uit de wind.
Ik vrees dat er wat anders aan de hand is: ze kent ze gewoon niet meer bij naam, of ze vindt hen niet interessant genoeg om überhaupt te melden in het boek. Dat is toch opmerkelijk. Want een bewindsvrouw heeft veel contact met haar woordvoerder(s). Zeker als er, in haar geval, ook naar goede woordvoerders is gezocht om haar goed over te laten komen in de media. In die 20 maanden heeft ze er twee versleten en is de derde overgekomen van een ander ministerie.
Communicatief gezien was Ella Vogelaar niet sterk. Zelf zegt ze hierover dat ze puur wilde overkomen, zoals ze is, en zich niet wilde laten leiden door de populistische media. Maar er zijn toch voorbeelden genoeg van ministers die zichzelf zijn gebleven, ook naar de media toe.
Ella zat hoog op een wolk, droomde van een beter Nederland, reflecteerde in bed hierover met manlief Onno, en begreep niet dat de rest van de maatschappij haar niet begreep. Om knettergek van te worden.



