Het is deze weken nog betrekkelijk rustig, maar de verkiezingen komen onvermijdelijk op ons af. Campagnestrategen zitten te broeden op pakkende strategieën. Ik heb met ze te doen. Ze hebben het niet makkelijk. En dan heb ik het niet over de inhoud. Nee, vooral over de manier waarop de boodschap ‘aan de man' moet worden gebracht. Welk communicatiemiddel moet worden ingezet? Kranteninterview, weekblad, televisie, billboard, social media. Keuze te over.
Televisiedebat Engeland
De intrede van het televisiedebat was in Engeland de afgelopen weken het gesprek van de dag. Dat hadden de Britten nog nooit meegemaakt. Brown en Cameron kregen ineens concurrentie van iemand die handig gebruik maakte van ‘de telly'. In de VS werd JFK zo'n veertig jaar geleden al gekozen op basis van zijn televisieoptreden in de moeder aller tv-debatten (de relaxed ogende Kennedy versloeg zijn zwetende en nerveuze opponent Richard Nixon op punten).
Volgens kenners zou Barack Obama het nooit tot president hebben geschopt wanneer hij niet zo handig gebruik had gemaakt van social media. Bij de verkiezingen in de UK afgelopen week speelden die social media nog nauwelijks een rol. Hoe zit dat in Nederland?
Digitale verkiezingsstrijd
Onze vaderlandse politici storten zich massaal op social media. Vrijwel alle kandidaten zijn aan het Twitteren geslagen en roeren zich op Linked In, Facebook of Hyves. Begrijpelijk, ze willen immers in contact komen met kiezers. Ik vind het vooral interessant is wat de invloed wordt van deze digitale verkiezingsstrijd. Uit onderzoek van de Saxion Hogeschool in Enschede bleek afgelopen week dat het inzetten van social media tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in maart in de gemeente Arnhem geen of nauwelijks effect heeft gehad. Sterker nog: de man die in Arnhem het meest actief was via social media, werd uiteindelijk niet gekozen. Da's nou ook lullig. Ik weet niet wat hij allemaal Twitterde of schreef, maar ik hoop dat hij zich realiseerde dat het ook op het net - gelukkig - vooral om de inhoud gaat.


