Als ik de reclame hoor over het noodpakket dat je in huis moet hebben, komen er nostalgische gevoelens boven. Omdat je in de jaren zeventig bij een aanval van een neutronenbom onder de tafel of in de gangkast moest gaan zitten. En in de oorlogsjaren moest je je terugtrekken in de kelder of bunker, die er helaas niet was.
En nu, anno 2008, moeten we vooruit denken, want je weet maar nooit welk noodscenario ons boven het hoofd hangt. Maar, als je de website van het noodpakket doorneemt, staat één ding vast: een grote ramp kan ons nooit overkomen. Met dank aan het kabinet-Balkenende!
Want laten we eens kijken wat je in je noodpakketje moet hebben: een radio met (extra) batterijen, een zaklamp, een eerstehulpdoos, lucifers, waxinelichtjes, warmhouddekens, een gereedschapsset en een waarschuwingsfluitje.
Heeft u enig idee om wat voor ramp het dan moet gaan? Of zou alleen gas, water en licht uitvallen? Water niet, want je hoeft geen flessen drinkwater te hebben. Voedsel wordt ook niet genoemd. Ja, als je het uitgebreide noodpakket in huis wilt hebben. Dan komen voedsel en verzorgingsartikelen om de hoek kijken, plus een plattegrond van de omgeving (zijn we plotseling met z’n allen seniel geworden) en vergeet vooral niet de ‘lichte regenponcho voor elk gezinslid’.
Nee, we hebben hier te maken met een heel andere overheidscampagne. Niemand heeft het nog door, maar het is de ‘gezinspolitiekcampagne’ van minister van Jeugd en Gezin, de heer Rouvoet. Want wat missen wij in dit noodpakket: de condooms!
Binnenkort start de landelijke noodpakkettenweek. Minister Rouvoet schakelt hoogstpersoonlijk gas, water en elektriciteit uit. Een week lang moeten we het doen met een radiootje, een poncho en een fluitje. U weet wel wat u doet, in die donkere uurtjes. En negen maanden later heeft onze minister van Gezin zijn schare groots uitgebreid!


